Shiva Nataraj, de kosmische danser, staat symbool voor de eeuwige beweging van het universum. Zijn dans als koning van de dans omsluit het ritme van het bestaan in een voortdurende stroom van verandering. Om hem heen brandt een vlammenkrans die bescherming biedt tegen verstoringen van buitenaf. Tegelijk staat dit vuur voor het loslaten van het oude, waardoor ruimte ontstaat voor iets nieuws. Zo draagt deze cirkel het beeld van de eindeloze cyclus van leven en transformatie.
In zijn rechterhand draagt Shiva een trommeltje, dat het ritme van de schepping echoot. Zijn mantra is Aum, de oerklank waaruit alles is ontstaan. Met zijn tweede rechterhand brengt hij de moedra van geruststelling, een uitnodiging tot kalmte. In zijn linkerhand houdt hij een fakkel vast, een teken van zowel vernietiging als vernieuwing. De gebogen linkerarm drukt geduld en nederigheid uit, een zachte buiging naar het levensritme.




