Windgongs zijn vlakke, ronde schijven met een heldere klank die vooral uit bovenliggende tonen bestaat. Deze tonen klinken zacht en lang na, wat uitnodigt tot rust en verstilling. Ze zijn gemaakt van elektrolytisch koper en tin, materialen die de warme resonantie versterken. Traditioneel bespeel je een windgong met een grote, zachte klopper, waarmee je een diepe, volle klank voortbrengt.
Wil je een lichtere toon, dan gebruik je een drumstok met een nylon punt. Daarmee klinkt de gong meer als het slaguurwerk van een oude klok. Sommige windgongs hebben een gat in het midden, maar je hangt ze op aan kleine gaatjes in of bij de rand. De kleinere gongs, van 18 tot 30 cm, hebben een subtielere, meer bel-achtige klank door hun lichte dikte en kleinere doorsnede. Voor elke windgong is het fijn om een passend ophangframe te gebruiken; zo geef je jouw klankruimte alle aandacht die het verdient.




